Eindelijk weer een echte maaltijd

Onderuitgezakt zit Dennis Piek aan zijn computertafel te telefoneren. Hij draait hij een beetje heen en weer op z'n bureaustoel, krabt aan een wondje op zijn arm, vlak onder een tattoo van een panter. Hij gaapt, zegt ja en nee, mompelt dat het dan maar moet. Zijn vriendin Chantal zit op de bank met haar hoofd te schudden.
'Oké dan, ajuus.' Hij gooit zijn mobieltje naast het toetsenbord en bromt: 'Ze komen eten.'
'Vanavond?' vraagt Chantal.
Dennis knikt en laat een boer.

'Het kan niet,' zegt Chantal. Er verschijnen vlekken in haar gezicht. Meteen zet ze baby Jake van haar schoot op de bank en loopt langs de eettafel naar het keukenblok. Zonder duidelijk doel begint ze spullen te verplaatsen op het overvolle aanrecht. Over een van de kastdeurtjes loopt een plakkerig spoor dat vliegen aantrekt.
'Patrick zegt dat ze komen,' roept Dennis (25) vanaf zijn stoel bij de pc. 'Ze hebben het nog steeds niet rond met de soos.'
'Ik dacht dat ze deze week eindelijk weer zouden beuren.'
'Blijkbaar dus niet.'

Chantal - 22, bleek en mollig, Dennis' naam staat slordig in haar arm getatoeëerd - is van haar stuk gebracht en aan het redderen geslagen. Veel resultaat heeft het niet. Ze loopt met een vaatdoekje naar het tafeltje bij de bank, maar laat het daar liggen zonder de ketchup en de kruimels shag op te vegen. Ze wil een pak sap wegzetten, stoot daarbij een bus babyvoeding om in de gootsteen die ze vervolgens niet opruimt. In de kleine leefruimte die dit jarendertig-arbeiderswoninkje biedt, trekken haar drie kinderen continu de aandacht. Baby Jake probeert van de bank te kruipen, zoontje Jeremy van vier is zijn tweejarige zusje Janice aan het klieren. Als Chantal Jeremy bij de arm pakt, begint hij zo hard te gillen dat ze van ellende maar weer teruggaat naar het keukenhoekje en een smerig etensbord van gisteren in de vuilnisbak leegschraapt.
Vader Dennis neemt een slok bier uit zijn beugelflesje en schreeuwt naar zijn oudste kind dat hij stil moet zijn. Het helpt, heel even.
Chantal moppert tegen hem dat hij Patrick had moeten afpoeieren. Ze mogen best langskomen, Dennis' zus Sandra en haar vriend Patrick, maar niet om te eten.
'Maar ze komen wel,' zegt Dennis. 'Ik kan er ook niks aan doen.'
Mopperig zet hij op zijn computer een liedje van de Twentse volkszanger Alwie Kroeze aan dat hij zojuist heeft gedownload. Hij baalt ervan dat hij gisteren aan zijn vader heeft verteld dat het maandgeld van de Stadsbank binnen was. Vandaag weten Sandra en Patrick het dus ook en willen er meteen van profiteren. Als broer en zwager kan hij niet weigeren. Hij wil geen gedonder in de familie, heeft bovendien voor een deel dezelfde kennissen als Patrick. Iemand niet helpen, weegt zwaar en zou als een lopend vuurtje rondgaan.
'We doen het gewoon als de vorige keer,' zegt hij tegen Chantal. 'Wees nou maar kalm. Er is niks aan de hand.'
Chantal zet voor de kinderen de tv op Nickelodeon en neemt zuchtend weer plaats op de bank. Hoewel er ruimte genoeg lijkt, moet ze vlak naast mij zitten.
De eerste keer dat ik hier kwam, koos ik de verkeerde hoek en zakte direct weg in de kapotte vering. Chantal schaamde zich, maar Dennis sloeg zich op z'n knieën van plezier.
'Dit zoek je toch?' vroeg hij schaterend. 'Ik zei toch dat je bij ons aan het goede adres was.'
Het is maar wat je goed noemt, maar in dit geval heeft hij gelijk. Ik ben nieuwsgierig naar de praktijk van de armoede. Ik wil weten wat het betekent om niet te kunnen rondkomen van je geld, hoe het dagelijks leven van minimagezinnen eruitziet achter de anonieme voordeuren. Ik ben op zoek naar de gezichten achter de kale cijfers in kranten en rapporten. Dennis en Chantal behoren tot die gezichten. Ze leven met drie jonge kinderen van een bijstandsinkomen waar - deels terecht en deels door administratieve fouten - ook nog eens een flink deel op wordt ingehouden, ze hebben torenhoge schulden, zitten bij de Stadsbank in een budgetteringstraject, krijgen van een liefdadigheidsproject eens per twee weken een boodschappenpakket, en hebben geen enkel perspectief op verbetering.
Ze zijn deze situatie gewend. Als kind hadden ze het beiden niet veel anders. Dennis slaat zonder morren maaltijden over om op die manier zijn kinderen te kunnen laten eten. Zijn eigen vader deed dat vroeger net zo voor hem en zijn zusjes.

Vanavond willen ze eindelijk weer eens goed gaan eten. Met hun eigen gezin, van hun eigen geld. Vanochtend hebben ze het maandgeld gepind dat de Stadsbank momenteel voor hen weet vrij te houden. Ze hebben nu zeventig euro 'in de tuk'. Met een euro of veertig - een tientje houden ze achter de hand voor de rest van de maand, de andere twintig gaat naar een kennis die al een tijdje nogal dwingend zijn lening komt terugeisen - zijn ze langs verschillende supermarkten gegaan om een voorraadje aan te leggen voor de komende vier weken. Ze hebben Bambix gekocht, koekjes en drinken voor de kinderen, vissticks en ander diepvriesspul, een kilo-aanbieding verse hamburgers en de currysaus waar ze beiden zo gek op zijn.
Bier voor Dennis kon er niet meer af, maar hij heeft goede drinkmaten in de buurt die graag met een kratje bij hem langskomen. Met hen heeft hij de afspraak dat degene die het ruimst in zijn geld zit, z'n bier met de anderen deelt. Om zelf zijn aandeel te kunnen leveren, doet hij zo nu en dan een handeltje in het een of ander of fixt hij tegen betaling een computer. Zolang ze zo weinig geld krijgen van de Stadsbank, vindt hij dat hij alleen met extra inkomsten zijn alcoholverslaving mag onderhouden. Het geld van de Stadsbank is voor zijn gezin.
Chantal voelde zich eerder vandaag nog zo goed over al dat eten in huis. Ze keek ernaar uit om als een echt gezin om de tafel te zitten. Voor vanavond is er appelmoes en diepvriesspinazie, aangevuld met een pot rode kool uit het boodschappenpakket van vorige week. Ze wil hamburgers bakken en jus uit een zakje maken voor over de aardappelen. Voor toe is er afgeprijsde vla met chocoladebolletjes. Ze had het zich zo mooi voorgesteld: de kinderen zouden eindelijk eens rustig zijn bij het avondeten, Dennis zou niet boos hoeven worden en ze zouden het einde van de maaltijd halen met hen alle vijf nog aan tafel. Nu ze weet dat Patrick en Sandra en hun baby'tje Marcia langskomen, is het bij voorbaat al verziekt.
Patrick en Sandra staan er nog slechter voor dan zij. Officieel, tenminste. Omdat Patrick weigert te gaan werken, worden ze al tijden gekort op hun bijstandsuitkering en hebben ze de afgelopen twee maanden zelfs helemaal geen geld gekregen van van de sociale dienst. Dat is natuurlijk belachelijk - Chantal vindt het misdadig hoe de soos gezinnen kapotmaakt - maar Patrick liegt dat hij barst als hij zegt dat hij niet aan centen kan komen. Van Sandra vindt ze het niet erg; die zit met de baby en kan er verder niets aan doen. Maar Patrick, die altijd een grote bek heeft en zo kan zeiken over dat het vies is hier in huis en dat ze niet goed voor de kinderen zorgen, die kan ze wel schieten. En het is wel leuk en aardig dat hij hen alvast teruguitnodigt voor over een poosje, hij weet zelf ook wel dat daar toch niets van komt. Patrick en Sandra wonen aan de andere kant van Almelo en Dennis en Chantal hebben al sinds jaar en dag geen geld voor een strippenkaart. Op de enige fiets die ze bezitten kunnen ze natuurlijk nooit met hun vijven en lopen zit er ook niet in. Dennis zegt dat hij dat door z'n fysieke kwalen niet volhoudt, en buiten dat: vier kilometer heen en terug met drie jengelende kleine kinderen en maar één kinderwagen…?

Zoontje Jeremy heeft de tv harder gezet. Om te laten zien wie de baas is, overstemt Dennis hem met de muziek op z'n computer.
'Ik ga naar Melissa,' roept Chantal.
'Nee. Jij gaat niet naar Melissa. Als mijn zus komt, ga jij niet naar je eigen zus.'
'Ik heb geen zin in Patrick.'
'Ik ook niet, maar ze komen toch.'
Onder de herrie van schietende spacewezens en een refrein over de mooie nachten van Barbados, maakt Chantal een begin met de aardappels. Ze schilt ze en snijdt ze tot frietjes die ze straks, als Patrick en Sandra zijn gearriveerd, zal bakken in een pan met oude zonnebloemolie. Daar moeten ze het maar mee doen. Ze biedt geen vlees aan, geen groente, geen toetje.
Meer is er niet, zal ze zeggen, en Dennis verzint wel iets over een cashbetaling aan deurwaarder Tijhuis, of iets anders waar ze direct hun geld aan moesten uitgeven. Mocht Patrick wantrouwend de keukenkastjes opentrekken - wat hij al eens heeft gedaan - dan zal hij geen spoor vinden van de boodschappen die vandaag zijn gekocht. Het eerste wat Dennis en Chantal gaan doen als ik weg ben, is alle nieuwe aankopen op de bovenverdieping verstoppen onder hun bed. Later, nadat de gasten vertrokken zijn, halen ze de spullen weer naar beneden en maken ze nog iets extra's klaar om hun maag te vullen. Iets lekkers, waar ze echt zin in hebben. Als het ervan komt, tenminste. De vorige keer was de avond geëindigd in ruzie en hadden ze er pas de volgende dag weer aan gedacht dat er spullen uit de koelkast en de diepvries onder hun bed lagen.

Gebruikerslogin

Alle Dagen Schuld - cover
koop dit boek